Je zou het bijna vergeten als je in de file staat op de A12 of in de trein zit tussen Utrecht en Rotterdam, maar midden in die betonnen cirkel van de Randstad ligt iets bijzonders. Een adempauze van gras, water en lucht. Het Groene Hart is niet zomaar een parkje dat ‘overbleef’ na het bouwen van de steden; het is een eeuwenoud cultuurlandschap dat letterlijk met de hand is uitgegraven. Ik zeg altijd: als je hier goed kijkt, zie je geen natuur, maar geschiedenis.
Mensen denken bij ons vaak direct aan die eindeloze groene vlaktes met koeien. En ja, die zijn er. Maar wie de moeite neemt om de auto te parkeren en de laarzen aan te trekken, ontdekt dat het veel spannender is dan een ansichtkaart van een molen. Het is een gebied waar water en land constant stuivertje wisselen.
Het Veenweidegebied: Waar de grond beweegt
Laten we eerlijk zijn: wandelen in het Groene Hart kan een modderige aangelegenheid zijn. En dat is precies de charme. De bodem hier bestaat grotendeels uit veen. Dat is in feite samengeperst plantenmateriaal van duizenden jaren oud. Als er een zware tractor voorbijrijdt op een weggetje in de Krimpenerwaard, voel je de grond soms letterlijk trillen. Wij noemen dat ‘de pudding’.
Dit veenweidelandschap is uniek in Europa. Het wordt gekenmerkt door die typische smalle stroken land met sloten ertussen. Waarom? Omdat het water anders niet weg kan. Vroeger noemden we dit ‘kerende grond’. Het is een strijd tegen het water die al sinds de middeleeuwen wordt gevoerd.
Als je door de polders bij Zegveld of Polsbroek fietst, let dan eens op de vogels. Dit is geen stille natuur; het is hier een kabaal van jewelste in het voorjaar. We hebben het over de kraamkamer van Nederland.
- De Grutto is hier de onbetwiste koning. Ze houden van dat drassige grasland (plas-dras) omdat hun snavels dan makkelijk de bodem in kunnen voor wormen. Hoor je hun typische roep? Dan weet je dat de lente echt begonnen is.
- Kieviten zie je vaak buitelen boven de weilanden. Hun vlucht lijkt nergens op, alsof ze dronken zijn, maar het is pure acrobatiek om indringers weg te lokken bij hun nest.
- Vergeet de zwanen niet. In de sloten zie je ze overal. Ze lijken rustig, maar kom niet te dichtbij als ze jongen hebben. Een boze zwaan blaast naar je en dat win je niet.
Plassen en Waterwegen: De Reeuwijkse en Nieuwkoopse Plassen
Voor de recreant die liever het water opgaat dan door het gras banjert, hebben we goud in handen. Het grappige is dat veel van onze beroemde plassen eigenlijk ‘foutjes’ zijn. Het zijn ondergelopen veenafgravingen. Mensen staken turf voor brandstof, groeven te diep, en voilà: meren.
Nieuwkoopse Plassen
Dit is het ruige broertje. Hier vind je nog echt moerasbos en rietlanden waar je in kunt verdwalen als je de weg niet weet. Sinds een paar jaar zit de otter hier weer, wat echt een overwinning is voor de waterkwaliteit. Als je hier een fluisterbootje huurt, vaar dan niet alleen over de grote plas, maar duik die smalle kreekjes in. Daar zie je de aalscholvers hun vleugels drogen.
Reeuwijkse Plassen
Reeuwijk, vlakbij Gouda, voelt anders. Iets mondainer, meer ingericht op de watersporter. Er liggen dertien plassen, gescheiden door smalle weggetjes. In de zomer is het hier druk met zeilbootjes en zwemmers, maar mijn persoonlijke favoriet is een koude winterdag. Als het een paar nachten streng vriest, verandert Reeuwijk in de grootste ijsbaan van Nederland. Dat geluid van schaatsen op natuurijs, dat holle krassen, dat is onbetaalbaar.
Wandelen over Tiendwegen en Boerenlandpaden
Vroeger, toen ik net bij de VVV begon, stuurden we mensen altijd over de verharde fietspaden. Tegenwoordig willen jullie dwars door het land. Gelukkig hebben veel boeren hun hekken opengezet voor zogenaamde boerenlandpaden. Maar let op: dit is geen netjes aangeharkt stadspark.
Een fenomeen dat je echt moet kennen, is de Tiendweg. Je vindt ze door het hele Groene Hart, bijvoorbeeld bij Gouda en in de Lopikerwaard. Het zijn vaak smalle kades met aan weerszijden sloten en knotwilgen. Ze liggen hoger dan het omliggende land. Vroeger essentieel voor de afwatering en transport, nu misschien wel de mooiste fietspaden van Nederland. Auto’s zijn er vaak te gast of helemaal niet welkom.
Hier zijn wat dingen om rekening mee te houden als je de polder in trekt:
- Trek waterdichte schoenen aan. Zelfs in de zomer kan het ochtenddauw het gras kletsnat maken. In de herfst zijn laarzen geen luxe, maar noodzaak.
- Honden kunnen niet overal mee. Veel wandelroutes gaan dwars door weilanden waar schapen of koeien lopen. Boeren zijn (terecht) bang voor Neospora, een ziekte die honden kunnen overdragen en die miskramen bij koeien veroorzaakt. Check de bordjes dus goed.
- Groet elkaar. In de stad ren je elkaar voorbij, maar op een smalle dijk in het Groene Hart zeggen we “hoi” of “moi”. Kleine moeite.
Knotwilgen: Het icoon van de streek
Je kunt geen verhaal over onze natuur schrijven zonder de knotwilg te noemen. Voor een buitenstaander is het gewoon een boom. Voor ons is het cultuurhistorie. Die bomen staan daar niet voor de sier; het hout werd vroeger gebruikt voor stelen van gereedschap, voor het vlechten van manden en voor zinkstukken om dijken te versterken.
Het onderhoud is wel een dingetje. Ze moeten elke paar jaar geknot worden, anders scheuren ze uit elkaar door het gewicht van de takken. Tegenwoordig doen vrijwilligersgroepen dat vaak. Zie je zo’n groep bezig op een koude zaterdagochtend? Dat is pure liefde voor het landschap. Bovendien is een oude, holle knotwilg het perfecte hotel voor steenuilen. Als je geluk hebt, zie je die kleine, felle oogjes je aanstaren vanuit een holte.
De strijd om de ruimte
Het is niet alleen maar idylle. Ik ga niet doen alsof het Groene Hart een ongerept paradijs is. Je hoort hier vaak in de verte de snelweg of een vliegtuig. We zitten nu eenmaal ingeklemd. Er is continu discussie over waterpeilen: boeren willen het laag voor hun zware machines, natuurbeschermers willen het hoog om het veen (en de CO2) in de grond te houden en de weidevogels te redden.
Wanneer je hier rondfietst, zie je die dynamiek. Je ziet hypermoderne boerderijen met melkrobots naast perceeltjes die worden beheerd door Staatsbosbeheer waar de natuur haar gang mag gaan. Die mix maakt het interessant. Het is levend landschap, geen museum.
Mijn advies? Pak de fiets, rij naar de Meije (misschien wel het mooiste slingerweggetje van Nederland langs de Oude Rijn) en stop gewoon eens ergens. Kijk over het water, ruik de mest en het natte gras, en besef dat dit stukje Nederland al 800 jaar met mensenhanden droog wordt gehouden. Dat is pas indrukwekkend.
