Je kent het wel: je scheurt over de A12 van Utrecht naar Den Haag, of je pakt de trein dwars door de polders. Je kijkt naar buiten en ziet koeien, sloten en heel veel groen. Dat is het dus. Het Groene Hart. Vaak overheen gekeken, letterlijk en figuurlijk, omdat we allemaal zo gefocust zijn op de Randstedelijke ring eromheen. Maar als je even die afslag pakt en de N-wegen opzoekt, kom je in een stuk Nederland dat verrassend eigenwijs is.
Vroeger was vvvhetgroenehart.nl dé plek waar je je hele weekend uitstippelde. Van wandelroutes tot de exacte vertrektijden van de rondvaartboot. Die functie als digitale VVV heeft een enorme database aan kennis achtergelaten. Ik heb jarenlang door dit gebied gestruind – soms op de fiets, soms klemstaand achter een tractor op een smal dijkje – en dit zijn de plekken die je wat mij betreft echt niet mag overslaan. En nee, het is niet alleen maar kaas happen in Gouda (hoewel dat er wel bij hoort).
De Nieuwkoopse Plassen: Stilte die pijn doet aan je oren
Iedereen heeft het altijd over Giethoorn of de Loosdrechtse Plassen. Giethoorn is een pretpark en Loosdrecht is zien en gezien worden in dure sloepen. De Nieuwkoopse Plassen zijn totaal anders. Het is hier ruiger, stiller en vooral: veel meer natuur. Het water is ontstaan door veenafgraving (turfwinning), wat zorgt voor een bizar patroon van legakkers en petgaten.
Het beste wat je hier kunt doen is een fluisterboot huren. Geen herrie van een dieselmotor, maar elektrisch glijden door het riet.
- Huur zo’n geel of groen bootje bij een van de lokale verhuurders in Nieuwkoop. Je hebt geen vaarbewijs nodig, het gaat stapvoets.
- Let op de zwarte stern en de purperreiger. Als je geluk hebt – en je bent er vroeg bij, rond zonsopkomst – zie je misschien een otter. Die zitten hier weer sinds een paar jaar.
- Vergeet je verrekijker niet. Echt, zonder verrekijker mis je de helft van de lol hier.
- Vaar richting de natuurmonumenten-routes “Rood” of “Geel”. De bordjes staan in het water, je kunt bijna niet verdwalen (al heb ik het weleens gepresteerd om in het riet vast te lopen).
Oudewater: Meer dan alleen onschuldige heksen
Oudewater is zo’n stadje dat bijna té schattig is voor woorden. Trapgeveltjes, grachten, stokoude panden. Maar het heeft een duister randje dat het interessant maakt. De Heksenwaag is hier de grote trekpleister. In de 16e en 17e eeuw was dit de enige plek in Europa waar je een eerlijk certificaat kon krijgen dat je niet te licht was (en dus geen heks kon zijn die op een bezemsteel vloog).
Het grappige is dat keizer Karel V hier persoonlijk verantwoordelijk voor was. Hij gaf Oudewater het privilege voor eerlijke wegingen. Als je er bent, ga dan zeker op die weegschaal staan. Je krijgt een certificaat mee. Het klinkt als een toeristenval, maar als je binnen staat en die gigantische eikenhouten balans ziet uit 1482, voel je de geschiedenis wel even.
Daarnaast is Oudewater gewoon een prima plek voor een terrasje. Het Swiebertje-gehalte is hoog, maar de koffie op de markt is goed en je zit niet hutjemutje zoals in Amsterdam.
Kasteel de Haar: On-Nederlandse allure
Ligt dit nog net in het Groene Hart of hoort het bij Utrecht? De meningen zijn verdeeld, maar voor deze lijst smokkel ik hem erin. Kasteel de Haar in Haarzuilens is bizar. Het is het grootste kasteel van Nederland, maar het voelt helemaal niet Nederlands aan. Het heeft een soort Disney-achtige perfectie, wat niet gek is, want het is rond 1900 herbouwd door de familie Van Zuylen van Nijevelt met geld van de Rothschilds.
Pierre Cuypers (die van het Rijksmuseum en CS in Amsterdam) heeft het ontworpen. Je herkent zijn stijl direct: veel torentjes, veel details, en alles is ‘af’.
Een paar dingen die opvallen als je hier rondloopt:
- De luxe is overweldigend. Ze hadden hier al centrale verwarming en elektriciteit toen de rest van Nederland nog kaarsen brandde.
- Het park eromheen is gigantisch. Je kunt hier makkelijk twee uur wandelen zonder het kasteel van binnen te zien. In de herfst zijn de kleuren van de bomenlaan waanzinnig.
- Elk jaar is er de kerstfair en de Elf Fantasy Fair. Als je niet van verklede mensen houdt, check dan even de agenda voordat je gaat, anders sta je opeens tussen de orcs en elven.
Gouda: Kijk omhoog (niet alleen naar de kaas)
Natuurlijk, Gouda is kaas. Op donderdagochtend in de zomer is er de kaasmarkt. Is het toneelspel? Ja, grotendeels wel. Die kaasjongens en -meisjes staan er voor de foto’s. Maar de geschiedenis erachter is echt. De Waag is prachtig.
Toch vind ik persoonlijk de Sint-Janskerk veel indrukwekkender. Het is de langste kerk van Nederland (123 meter, dat loop je niet zomaar even heen en weer). Waar je voor komt zijn de “Goudse Glazen”. Zestig procent van al het zestiende-eeuwse glas-in-lood in Nederland zit in deze ene kerk.
Het licht dat daar op een zonnige namiddag doorheen valt, is onbeschrijfelijk. Je ziet bijbelscenes, maar ook politieke propaganda uit de tijd dat de kerk switchte van katholiek naar protestants. Let vooral op de details: gezichten van geldschieters die stiekem in de ramen verwerkt zijn.
Tip van de dag: Sla de standaard stroopwafels in de supermarkt over. Ga in Gouda naar een bakkerij waar ze ze vers maken. Warme stroopwafels, waarbij de stroop er nog een beetje uitloopt en je je vingers verbrandt… dat is de hemel. Kamphuisen is een begrip hier. Durf ik te zeggen dat dit lekkerder is dan de kaas? Ja, dat durf ik.
De Meije: Fietsen zoals het bedoeld is
Als je wilt weten waarom vvvhetgroenehart.nl vroeger zoveel fietsroutes had, ga dan naar De Meije. Dit is een buurtschap en een riviertje (de Meije) dat slingert tussen Zegveld, Bodegraven en Nieuwkoop.
Dit is geen rechte polderweg. De weg volgt de grillige loop van het oude riviertje. Het stikt er van de knotwilgen, rietkragen en oude boerderijen. In de zomer kan het er druk zijn met fietsers en motoren (soms iets te hard, helaas), maar op een doordeweekse dag in mei of september is dit misschien wel het mooiste stukje weg van Nederland.
- Stop even bij de watertoren, die “De Potlood” wordt genoemd vanwege de vorm. Je kunt hem niet missen.
- Je fietst hier echt tussen de “schraalhans” gronden en het rijkere boerenland. Let op hoe drassig de weilanden soms zijn; de koeien staan hier vaak met hun poten diep in het veen.
- Er zitten genoeg kleine theetuinen langs de route. Vaak gewoon bij mensen in de achtertuin. Cash geld meenemen is handig, pinnen kan niet overal bij zo’n onbemand kraampje.
Zilverstad Schoonhoven
Schoonhoven ligt prachtig aan de Lek. Je kunt hier met de pont oversteken (altijd een vakantiegevoel), maar het stadje zelf is de moeite waard vanwege het zilver. Al sinds de middeleeuwen hameren ze hier edelmetaal in vorm.
Het Nederlands Zilvermuseum zit hier. Klinkt saai? Valt mee. Het gaat over vakmanschap. Je ziet hoe ongelooflijk veel geduld je moet hebben om van een plaatje zilver een theepot te maken. In de straatjes rondom het museum vind je nog steeds actieve zilversmeden en juweliers. Loop eens binnen bij een klein atelier in plaats van de grote juwelierszaken. Daar zie je de ambachtsman vaak nog gewoon met een loep en een brander bezig.
Fort Wierickerschans: De Hollandse Waterlinie in actie
Tussen Bodegraven en Woerden ligt een vreemd bouwwerk: Fort Wierickerschans. Het werd in 1673 in allerijl gebouwd door de Oude Hollandse Waterlinie om de Fransen tegen te houden. De ironie is dat de Fransen er toen al voorbij waren, maar goed, voor de volgende keer lag het er.
Het is een van de weinige forten waar je nog heel goed ziet hoe de waterlinie werkte: land onder water zetten (inunderen) zodat de vijand er niet door kon met paarden en kanonnen, maar het water was te ondiep om in te varen. Geniaal en simpel. Het fort zelf is vaak decor voor evenementen, maar ook als er niets te doen is, is de omgeving indrukwekkend. Het ligt strategisch op een punt waar de Oude Rijn en de Enkele Wiericke samenkomen.
Praktisch: Hoe pak je dit aan?
Het Groene Hart is geen gebied waar je één centrale parkeerplaats hebt en dan “binnen” bent. Het is een lappendeken.
Mijn advies: kies één uitvalsbasis. Woerden is bijvoorbeeld verrassend centraal (en heeft een station waar elke intercity stopt). Vanuit Woerden ben je in 20 minuten in Utrecht, maar sta je ook zo midden in de polder van de Meije of bij de Reeuwijkse Plassen.
En wees voorbereid op het weer. In de polder waait het altijd. Altijd. Als ze in de stad zeggen “windkracht 3”, is het op een open dijk bij Haastrecht windkracht 5. Op de fiets betekent dat: de heenweg vlieg je, de terugweg is ploeteren. Maar dat hoort erbij. Des te lekkerder smaakt dat biertje of die warme chocomel achteraf.

