Molens en Cultureel Erfgoed Bezoeken

Het Groene Hart is eigenlijk een technisch wonder dat we voor lief nemen. Als voormalig beheerder van de toeristische portal voor deze regio heb ik jarenlang de vraag gekregen: “Waar vind ik de mooiste molens?” Maar het eerlijke antwoord is dat die molens er niet staan voor de esthetiek. Ze staan er omdat we anders natte voeten krijgen. Letterlijk.

De realiteit van dit gebied – ingeklemd tussen de Randstad-reuzen Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht – is dat het grotendeels onder de zeespiegel ligt. Zonder ons complexe systeem van dijken, sluizen en gemalen zou dit geen weiland zijn, maar een binnenzee. Als je hier cultureel erfgoed bezoekt, kijk je dus eigenlijk naar een eeuwenlange strijd tegen het water. En dat maakt het, wat mij betreft, een stuk interessanter dan alleen een plaatje schieten voor Instagram.

Molens: Werktuigen, geen decorstukken

Iedereen kent Kinderdijk. Natuurlijk, het is UNESCO Werelderfgoed en ja, het is indrukwekkend als je er voor het eerst bent. Maar als je de massa’s toeristen (die busladingen zijn soms echt overweldigend) wilt vermijden en wilt zien hoe het watermanagement écht werkt, moet je verder kijken.

De molens in het Groene Hart hadden vroeger een keiharde functie: polders droogmalen. Het veenweidegebied klinkt in (bodemdaling), dus we moeten blijven pompen. Vroeger met wind, nu vaak met elektriciteit, maar de principes blijven hetzelfde.

Mijn persoonlijke favoriet – en ik stuurde bezoekers van de VVV hier altijd liever heen dan naar de bekende plekken – is de Molenviergang bij Aarlanderveen. Dit is uniek in de wereld. Waarom? Omdat dit de enige molengang is die nog steeds als hoofdbemaling fungeert. Geen museumstukje, maar bittere ernst. Als deze molenaars stoppen met draaien, loopt de polder onder.

Wat je hier ziet is pure logistiek:

  • De laagste molen schept het water uit de diepe polder een stukje omhoog.
  • De molen daarboven pakt dat water weer op en tilt het naar de volgende trap.
  • Uiteindelijk komt het in de Oude Rijn terecht.

Als je daar fietst (de enige manier om het écht te zien), hoor je het krakende hout en het gedender van het scheprad. Het is rauw. De molenaars wonen er ook gewoon. Als de wind goed staat, en de blauwe wimpel hangt uit, kun je vaak even een praatje maken. Dat zijn de momenten die je bijblijven, niet de audiotour in vijf talen.

Waterlinies en Vestingsteden

Naast het drooghouden van land, gebruikten we water vroeger ook als wapen. De Oude Hollandse Waterlinie loopt dwars door het Groene Hart. Het idee was simpel maar geniaal: zet een strook land van een paar kilometer breed onder water. Niet te diep (zodat boten er niet konden varen), maar diep genoeg zodat je er niet met paarden en kanonnen doorheen kon waden. Ongeveer kniehoogte.

Je ziet dit nog perfect terug in steden als Nieuwpoort en Woerden. Nieuwpoort is een van de kleinste vestingsteden van Nederland. Je loopt daar over de wallen en ziet direct hoe het landschap als verdediging werd ingezet. Het stadhuis daar is trouwens gebouwd over de sluis – slim, want zo kon men altijd de watertoevoer controleren, zelfs als de vijand in de stad was.

In Woerden is het Kasteel van Woerden een bizar stukje geschiedenis. Het is door de eeuwen heen van alles geweest, van verdedigingswerk tot kledingmagazijn. Maar het vertelt vooral het verhaal van de rampjaar 1672, toen de Fransen hier flink huisgehouden hebben omdat de waterlinie bevroor. Dat soort details, dat het ijs de verdediging brak, maakt de geschiedenis tastbaar.

Gouda: Meer dan kaas en stroopwafels

Als we het over erfgoed hebben, kunnen we niet om Gouda heen. Japanners en Amerikanen komen voor de kaasmarkt op donderdag. Prima, het is folklore, maar de echte kenners duiken de Sint-Janskerk in.

Ik heb mensen meegenomen die niets met kerken hadden, maar stilvielen bij het zien van de ‘Goudse Glazen’. Dit zijn geen standaard glas-in-lood ramen; ze zijn gebrand in het glas. Veel van deze ramen stammen uit de 16e eeuw en hebben – wonder boven wonder – de Beeldenstorm en diverse oorlogen overleefd. Dat ze in de Tweede Wereldoorlog eruit zijn gehaald en in kelders zijn verstopt, is een detail dat vaak vergeten wordt, maar wel aangeeft hoe waardevol ze zijn.

En als je dan toch in Gouda bent, loop even langs het Oude Stadhuys op de Markt. Niet alleen de voorkant bekijken. Loop eromheen. De achterkant heeft een compleet andere sfeer. Het gebouw staat midden op het plein, wat vrij ongebruikelijk is voor Nederlandse steden, waar het stadhuis vaak in een gevelwand is opgenomen.

Het Zilver van Schoonhoven

In de zuidpunt van het Groene Hart ligt Schoonhoven. Ze noemen het de Zilverstad, en dat is geen marketingpraatje. Al sinds de 14e eeuw zitten hier zilversmeden. Vroeger had je hier kasteelheren die luxe goederen nodig hadden, en die ambachtslieden zijn gebleven.

Wat ik mooi vind aan Schoonhoven is dat het ambacht nog leeft. Er is een Vakschool voor goud- en zilversmeden (de enige in Nederland). Als je door de straatjes loopt, zie je niet alleen juweliers, maar hoor je soms letterlijk het getik van hamertjes achter de gevels. Het Nederlands Zilvermuseum is een aanrader, vooral omdat ze daar laten zien hoe ontzettend zwaar en precies dat werk is. Het is niet alleen ‘mooi spul’, het is keihard werken met vuur en metaal.

Praktische tips van een insider

Het bezoeken van dit erfgoed vraagt wat planning. Veel molens en monumenten worden gerund door vrijwilligers. Die mensen hebben ook een leven. Verwacht niet dat alles van 9 tot 5 open is, zoals in Amsterdam.

Hier zijn wat dingen die ik door de jaren heen heb geleerd en die je nergens in de standaard brochures vindt:

  • De blauwe wimpel is je beste vriend. Zie je een blauwe vlag of wimpel aan een molen hangen? Dat is het universele teken voor “je bent welkom”. Geen vlag? Dan is de molenaar waarschijnlijk gewoon aan het werk of aan het eten. Niet aanbellen.
  • Zaterdag is molendag. Veel draaiende molens zijn op zaterdag toegankelijk. Zondag is in dit deel van Nederland (zeker in de christelijke gemeenschappen) vaak een rustdag. Veel bezienswaardigheden zijn dan dicht of beperkt open.
  • De afstand vertekent. Op de kaart lijkt het Groene Hart compact, maar met de auto sta je vaak vast op smalle dijkweggetjes achter een tractor. De fiets is bijna altijd sneller als je van dorp naar dorp gaat via de polderpaden.
  • Check de Theetuin cultuur. Veel erfgoedlocaties hebben geen groot restaurant, maar wel een theetuin. Dat is vaak niet meer dan een paar stoelen in de boomgaard van een boerderij of molenaar, waar je zelfgemaakte appeltaart krijgt. Contant geld meenemen is handig; pinnen kan niet overal in de *middle of nowhere*.

Oudewater en de Heksenwaag

Nog eentje die ik niet mag overslaan: Oudewater. Dit stadje heeft iets dat nergens anders in Europa bestaat: een eerlijke Heksenwaag. In de 16e en 17e eeuw werden mensen (vooral vrouwen) beschuldigd van hekserij. De test was simpel: als je te licht was, kon je op een bezemsteel vliegen.

Keizer Karel V gaf Oudewater als enige stad het privilege om eerlijke weegcertificaten uit te geven. Ik heb zelf ooit op die schaal gestaan. Je krijgt een certificaat (in oud-Hollands) dat je van “natuurlijke proporties” bent. Het klinkt als een gimmick, maar als je je bedenkt dat mensen vroeger van heinde en verre hierheen kwamen om letterlijk hun leven te redden door zich te laten wegen, krijgt het ineens een hele andere lading.

Conclusie: Het verhaal van de bodem

Het cultureel erfgoed in het Groene Hart is onlosmakelijk verbonden met de drassige bodem. Of het nu de molens zijn die het water wegpompen, de waterlinies die het gebruikten als verdediging, of de steden die rijk werden door de handel over de rivieren (De IJssel, De Lek, De Oude Rijn).

Als je hier rondkijkt, probeer dan eens door de ogen van een ingenieur uit de 17e eeuw te kijken. Hoe hielden ze dit droog? Hoe bouwden ze die enorme kerk in Gouda op een week ondergrond? Dat is de echte charme van deze regio. Het is Nederlandse vindingrijkheid in zijn puurste vorm. En ja, daar hoort af en toe een bui regen en een stevige tegenwind bij. Dat maakt de ervaring eigenlijk alleen maar authentieker.