Kunst, Cultuur en Historische Steden

Vaak zie je het alleen als een groene waas vanuit de treinraampjes terwijl je van Utrecht naar Rotterdam zoeft. Weilanden, sloten, hier en daar een koe die verveeld opkijkt. Mensen noemen het Groene Hart soms gekscherend de achtertuin van de Randstad. Prima bijnaam, maar als je denkt dat we hier alleen maar gras en boerenkool hebben, mis je de helft. Misschien wel meer.

Ik loop hier al jaren rond – als gids, als bewoner en als beroepsontdekker voor de VVV – en eerlijk gezegd: de cultuurhistorie in deze regio is dichter en tastbaarder dan in menig binnenstad waar je over de toeristen struikelt. Het verschil? Hier staat de geschiedenis vaak gewoon nog midden in de klei, zonder dranghekken eromheen. Van Romeinse schepen die per ongeluk worden opgegraven in een parkeergarage tot gotische kerken die te groot lijken voor hun stadje.

Laten we even verder kijken dan de standaard ansichtkaarten. Dit is waar je moet zijn als je cultuur wilt snuiven zonder in de rij te staan.

De ‘Grote’ Jongens: Gouda en Woerden

Natuurlijk, als we het over cultuur in het Groene Hart hebben, kunnen we niet om Gouda heen. Maar doe me een lol en staar je niet blind op die kaasmarkt. Begrijp me niet verkeerd, het spektakel op donderdagochtend is leuk, en die kaasmeisjes horen erbij, maar het is theater. Het échte goud van Gouda zit in de stenen en het glas.

Neem de Sint-Janskerk. Je verwacht het niet als je door de smalle straatjes aan komt lopen, maar dit is de langste kerk van Nederland. 123 meter. Dat is bizar lang. Wat het nog gekker maakt, is dat de beroemde ‘Goudse Glazen’ (de glas-in-loodramen) de Beeldenstorm in de 16e eeuw hebben overleefd. Terwijl in de rest van Nederland alles kort en klein werd geslagen, bleven ze in Gouda van de ramen af. Waarom? Omdat zelfs de beeldenstormers blijkbaar onder de indruk waren – of misschien was de lokale politiek toen al zo pragmatisch als nu. Als je binnen staat en de zon schijnt door dat glas uit 1555, snap je pas wat ik bedoel.

Als je in Gouda bent, loop dan ook even door naar Museum Gouda. Ze hebben daar een collectie die varieert van 16e-eeuwse altaarstukken tot aardewerk dat in de hoogtijdagen wereldberoemd was. En ja, vergeet niet een verse stroopwafel te halen op de markt. Warm, met de stroop er nog net niet uitlopend. Dat is ook cultuur.

Woerden: Romeinen onder je banden

Iets verderop ligt Woerden. Veel mensen rijden er voorbij, maar historisch gezien is dit zware grond. Woerden lag aan de Limes, de noordgrens van het Romeinse Rijk. Dat klinkt abstract in de geschiedenisboeken, maar hier is het letterlijk tastbaar.

Een paar jaar terug, toen ze in het centrum een nieuwe parkeergarage aan het graven waren, stootten ze op iets hards. Bleek het een compleet Romeins vrachtschip te zijn. De ‘Woerden 7’. In plaats van alles dicht te gooien, hebben ze dat schip geconserveerd. Je kunt het nu letterlijk bekijken. En het mooie is: het is allemaal lekker nuchter. Geen arrogant gedoe, maar gewoon: “Kijk, hier liepen 2000 jaar geleden Romeinen op sandalen, en nu parkeer jij je Opel hier.”

Het Kasteel van Woerden is nog zo’n plek. Ooit een verdedigingswerk, later een gevangenis, nu een plek waar je geweldig kunt eten en borrelen. In de zomer zijn hier vaak evenementen op het exercitieveld. Check onze agenda even voordat je gaat, want als er een streekmarkt is, wil je die niet missen.

Vestingstadjes die de tijd zijn vergeten

Het Groene Hart zit vol met van die stadjes waar je je afvraagt in welk jaartal je bent beland.

  • Nieuwpoort is mijn persoonlijke favoriet als ik even rust wil. Het is een van de kleinste vestingsteden van Nederland. Je loopt letterlijk in tien minuten over de wallen rondom het hele stadje. Het ligt aan de Lek en het historische stadhuis is gebouwd over een sluis heen. Slimme jongens, die oude Hollanders; ze combineerden watermanagement met bestuur.
  • Oudewater staat bekend om de Heksenwaag. Klinkt als een toeristenval, maar de historie is serieus fascinerend. In de tijd dat in Europa duizenden vrouwen (en mannen) op de brandstapel eindigden omdat ze ’te licht’ werden bevonden op de weegschaal, gaf Keizer Karel V aan Oudewater het privilege voor een eerlijk weegproces. Niemand is in Oudewater ooit als heks veroordeeld. Je kunt jezelf er nog steeds laten wegen. Spoiler: je bent waarschijnlijk geen heks, maar je krijgt wel een certificaat.
  • In Haastrecht vind je Museum Bisdom van Vliet. Dit is een beetje een ‘hidden gem’. Het is het oude woonhuis van een dame van stand, Paulina Bisdom van Vliet, die alles heeft nagelaten precies zoals het was in de 19e eeuw. Als je daar binnenstapt, voelt het alsof ze net even thee is gaan zetten. Servies op tafel, kleden op de vloer. Heel anders dan een steriel museum.

Zilver en Ambacht aan de Lek

Ik moet Schoonhoven even apart benoemen. Ze noemen het de Zilverstad en dat is geen marketingpraatje. Al sinds de 14e eeuw wordt hier met zilver gewerkt. Als je door het oude centrum loopt, hoor je op doordeweekse dagen soms nog letterlijk het getik van de hamertjes uit de werkplaatsen komen.

Het Nederlands Zilvermuseum zit hier in de oude Kazerne. Wat ik daar tof vind, is dat ze niet alleen oude lepels laten zien achter glas. Ze hebben vaak tentoonstellingen met modern design en je kunt zien hoe het ambacht werkt. Het leuke aan Schoonhoven is dat het levend is; de Vakschool voor goud- en zilversmeden zit hier ook, dus je ziet veel jonge studenten in de stad die het oude ambacht nieuw leven inblazen.

Het is ook een perfect startpunt voor een fietstocht langs de Lek. Je pakt zo het pontje over. Combineer een museumbezoek zeker met een van onze fietsroutes langs de rivier. Met die wind in je haren snap je meteen waar die Hollandse meesters hun wolkenluchten vandaan haalden.

Kunst in de Polder

Wat me de laatste jaren opvalt, is hoeveel kunstenaars de stad uit vluchten naar het Groene Hart. Oude boerderijen worden ateliers en vervallen stallen worden galerieën. Het licht is hier goed, zeggen ze.

Rij maar eens richting de Nieuwkoopse Plassen of door de Krimpenerwaard. Je komt regelmatig bordjes tegen met ‘Atelier Open’. Gewoon aanbellen. Vaak krijg je koffie en een gepassioneerd verhaal van een beeldhouwer of schilder die tussen de koeien zijn inspiratie vindt.

Een specifieke aanrader is de beeldentuin bij Hoeve Rijlaarsdam in Nieuwkoop. Het is een galerie, maar dan in een setting die zo Hollands is dat het bijna pijn doet aan je ogen: riet, water, knotwilgen en daartussen bronzen beelden en schilderijen. Hier koop je geen kunst voor boven de bank bij de IKEA, hier kom je voor het echte werk.

Praktische tips voor de cultuurzoeker

Oké, leuk al die historie, maar hoe pak je dat aan? Hier een paar dingen die ik door schade en schande heb geleerd:

Parkeren in steden als Gouda en Woerden is prima te doen, maar in de historische centra zelf zijn de straatjes krap en vaak autoluw. Zet je auto in een parkeergarage aan de rand (in Gouda bijvoorbeeld Q-Park Bolwerk of garage Castellum in Woerden) en loop het laatste stukje. Je bent er in vijf minuten en je ziet veel meer.

Openingstijden zijn in de polder soms wat… traditioneel. In Amsterdam is alles altijd open, maar in stadjes als Oudewater of Haastrecht kan een museum op maandag én dinsdag dicht zijn. Check dit altijd even vooraf online of bij de lokale VVV-vestiging. Er is niets vervelender dan voor een dichte deur staan in de regen.

En als laatste: neem de tijd. Het Groene Hart is geen plek om ‘even snel’ te doen. De schoonheid zit ‘m in het slenteren langs een gracht in Montfoort, het blijven hangen bij een orgelconcert of het onverwachts binnenlopen bij een molen die staat te draaien. De molenaars zijn vaak vrijwilligers die niets liever doen dan jou uitleggen hoe het mechaniek werkt. Vraag ze ernaar, en je bent zo een uur verder met prachtige verhalen.

Of je nu komt voor de Romeinen, de heksen, het zilver of gewoon voor de sfeer van een oud Hollands marktplein: het ligt allemaal letterlijk om de hoek.