tmp2tetq c7

De mooiste fietsroutes door het Hollandse polderlandschap

Het Groene Hart. Vroeger, toen we met vvvhetgroenehart.nl nog de officiële digitale gids waren voor alles wat hier bewoog, kregen we dagelijks de vraag: “Waar is het nou écht mooi?” Niet de standaard toeristenrondjes rondom Gouda, maar de plekken waar je het veen nog ruikt en waar de horizon letterlijk oneindig lijkt.

Het antwoord is simpel en ingewikkeld tegelijk. Het Hollandse polderlandschap is namelijk geen ansichtkaart die stilstaat. Het is een levend, werkend landschap. Soms stinkt het naar gier, soms vecht je tegen windkracht 5 die vrij spel heeft over de vlakte, en soms zie je een lucht die Hollandse meesters in de 17e eeuw al probeerden te vangen. Fietsen hier is topsport en meditatie in één.

Ik heb talloze kilometers versleten op deze dijken en fietspaden. Van de Krimpenerwaard tot de polders bij Woerden. Dit is geen droge opsomming van knooppunten. Dit is een gids voor wie de polder wil voelen.

De realiteit van de polder (en waarom je ervan gaat houden)

Vergeet even de marketingpraatjes over “rust en ruimte”. Ja, die zijn er, maar de polder is vooral rauw. Als je hier gaat fietsen, moet je een paar dingen accepteren. Ten eerste: er is altijd wind. Zelfs als Weeronline zegt van niet. De open vlaktes tussen Rotterdam, Utrecht en Leiden fungeren als een soort tochtgat. Heb je wind mee? Geniet ervan, want op de terugweg betaal je de prijs.

Ten tweede: de lijnen. Nergens ter wereld zie je zulke rechte sloten (weteringen). Dat is geen natuur, dat is keihard menselijk ingrijpen van eeuwen geleden om droge voeten te houden. Als je daar fietsend naar kijkt, zie je eigenlijk een gigantische machine van watermanagement.

Route 1: De Meije en de Nieuwkoopse Plassen (De klassieker)

Als ik mensen van buiten de regio één route moet aanraden die alles heeft, is het een rondje om de Nieuwkoopse Plassen, met een specifiek accent op de Meije.

Dit is geen breed asfaltpad waar je met z’n vieren naast elkaar kletst. De Meije is een kronkelend riviertje met een weg ernaast die soms angstig smal is. In het weekend moet je hier oppassen voor motoren en zondagsrijders (tip: ga doordeweeks of vroeg op zaterdagochtend), maar de schoonheid is ongeëvenaard.

Wat je hier ziet is het echte verveningslandschap. Rietkragen die metershoog staan, zwarte sterns die duiken naar visjes en de iconische watertoren van Piet de Jager die als een baken boven het landschap uitsteekt (De Potlood in de volksmond).

Mijn advies voor pauzes: Stop niet bij de eerste de beste grote tent. Zoek naar ‘Strand Zomer’ of fiets door naar Noorden. Daar zit je letterlijk tussen de rietpluimen. En als je de kans krijgt: huur een fluisterbootje bij een van de boeren aan de route om de fietsspieren even rust te geven. Het water ziet er vanaf de fiets mooi uit, maar vanaf het water zelf is het een jungle.

Het rauwe randje: De Krimpenerwaard

Dit is mijn persoonlijke favoriet, misschien omdat het hier minder gepolijst voelt. De Krimpenerwaard ligt ingeklemd tussen de Hollandse IJssel en de Lek. Het is diep, diep polderland.

Hier fiets je over tiendwegen. Voor wie geen idee heeft wat dat is: smalle paadjes, vaak onverhard of half verhard, dwars door de weilanden, omzoomd door knotwilgen. Het hobbelt. Je fiets rammelt. Maar man, wat is het mooi.

Je start bijvoorbeeld in Schoonhoven (Zilverstad, leuk voor een kop koffie, maar blijf er niet hangen). Van daaruit duik je de Vlist in. Het riviertje de Vlist is waarschijnlijk het meest gefotografeerde stukje Groene Hart, en terecht. Oude boerderijen, knotwilgen die over het water hangen, en in het voorjaar is het hier geel van de koolzaad en paars van de pinksterbloemen.

Let wel op: in de Krimpenerwaard kan het stil zijn. Doodstil. Je hoort alleen de grutto’s (als je in het juiste seizoen bent) en het zoemen van je eigen banden.

Waarom knooppunten soms niet werken

Ik heb een haat-liefdeverhouding met het knooppuntensysteem. Ja, het is handig. Maar in het Groene Hart stuurt het je soms over de efficiënte fietspaden langs provinciale wegen. Doodzonde. Durf af te wijken.

  • Zie je een bordje ‘Doodlopende weg’ maar is het geen oprit van een boer? Fiets erin. Vaak zijn dit oude toegangswegen tot gemalen die eindigen bij een prachtig uitzichtpunt over de boezemwateren.
  • De bordjes ‘Boerenkaas te koop’ zijn je beste navigatiepunten. Ze leiden je vaak via kleine erfweggetjes naar plekken waar je kaas koopt die nog echt zout en kruimelig is, niet die plastic blokken uit de supermarkt. Ik nam ooit een kilo overjarige kaas mee in mijn fietstas vanuit Stolwijk; de hele terugweg rook ik naar een kaaspakhuis, maar het was de beste kaas die ik ooit had.
  • Dijken zijn verraderlijk. De Lekdijk is prachtig voor het uitzicht over de rivier, maar op zonnige dagen is het een paradeercircus van motoren en cabrio’s. Pak liever de weggetjes onder aan de dijk. Zelfde richting, nul verkeer, en je kijkt prachtig tegen het talud op met de schapen.

Oude Hollandse Waterlinie: Fietsen door geschiedenis

Je kunt in het polderlandschap niet om het water heen. Letterlijk niet, want zonder gemalen stonden we hier onder water. De Oude Hollandse Waterlinie snijdt dwars door dit gebied. Het is fascinerend om te bedenken dat we dit land vroeger opzettelijk lieten overstromen om de Fransen (of de Spanjaarden) tegen te houden.

Rondom Woerden en Bodegraven zie je dit goed terug. Fort Wierickerschans is zo’n plek waar je even moet stoppen. Het ligt daar bizar strategisch tussen de Rijn en de spoorlijn.

Een route die ik vaak rijd is vanaf Woerden richting Linschoten. Het dorpje Linschoten is beschermd dorpsgezicht en lijkt weggelopen uit een filmset van 1950. Het is heel smal, heel kneuterig en prachtig. Vanaf daar pak je het landgoed Linschoten. Ineens verandert het landschap: van open polder naar bosrijk landgoed met statige lanen. Die afwisseling breekt de route. Want vergis je niet: drie uur lang alleen maar gras en lucht kan gaan vervelen (dat durven weinig VVV-medewerkers toe te geven, maar het is zo).

Praktische tips van een ervaringsdeskundige

Er is een verschil tussen een rondje fietsen en een dagtocht door de polder. Hier ga ik even de schoolmeester uithangen, want ik heb te vaak mensen met een stadsfiets en een plastic zakje aan het stuur zien worstelen bij Haastrecht.

Het materiaal:
Je hebt versnellingen nodig. Niet voor de bergen (die zijn er niet, of je moet de “bult” bij de vuilnisbelt in Alphen meetellen), maar voor de wind. Elektrische fietsen hebben hier de overhand en ik snap waarom. Als je op een gewone fiets gaat: zorg dat je banden hard zijn. Zachte banden op klinkerweggetjes in een dorpje als Oudewater trillen je vullingen los.

Eten en drinken:
In de steden (Gouda, Woerden, Alphen) struikel je over de horeca. Maar in de kern van de polder? Veel minder. Er zijn stukken in de Krimpenerwaard of rondom de Reeuwijkse Plassen waar je kilometers niets tegenkomt.

Mijn routine: twee bidons water en altijd een reep peperkoek (ontbijtkoek) in de tas. En contant geld. Veel stalletjes langs de weg waar ze kersen, aardbeien of pruimen verkopen werken nog met een jampotje waar je geld in stopt. Geen QR-codes, gewoon vertrouwen. Dat bestaat nog.

Seizoenen: Wanneer moet je gaan?

Iedereen komt in de zomer. Prima, maar dan is het druk en het gras vaak wat geel.

Probeer eens eind april of begin mei. Het gras is gifgroen, de koeien zijn net weer buiten (en die zijn dan echt blij, dat zie je), en de bermen staan vol fluitenkruid. Het ruikt dan fris en zoetig.

Of de herfst. Als de mist over de sloten hangt en je de kerktorens in de verte amper ziet. Het heeft iets melancholisch. VVV Het Groene Hart promootte dit vroeger als het “Mystieke Seizoen”. Achteraf misschien wat marketing-jargon, maar de sfeer klopte wel. Je moet alleen tegen een beetje motregen kunnen.

Conclusie: Gewoon gaan trappen

De mooiste fietsroute door het polderlandschap bestaat eigenlijk niet. Het is geen vaste lijn op een kaart. De mooiste route is die keer dat je ’s avonds laat terugfietst, de wind eindelijk gaat liggen, de lucht roze kleurt en je in de verte de lichten van een boerderij aan ziet gaan.

Het Groene Hart is geen openluchtmuseum waar alles perfect is. Het is een functioneel gebied waar gewoond, gewerkt en geboerd wordt. Dat maakt het echt. Pak die fiets, bereid je voor op tegenwind, en vergeet niet af en toe te stoppen om gewoon over zo’n hek te leunen en naar een koe te kijken. Geloof me, dat werkt therapeutischer dan je denkt.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *