Fiets- en Wandelroutes door het Groene Hart

Het Groene Hart is een beetje een vreemd gebied. Iedereen kent het van naam, en als je in de Randstad woont, rijd je er waarschijnlijk wekelijks dwars doorheen over de A12 of de A4. Je ziet wat weilanden flitsen, misschien een molenstomp, en dan ben je weer in de bebouwing. Maar om het écht te zien? Dan moet je uit die auto.

Ik loop en fiets hier al jaren rond, en wat me altijd opvalt, is hoe snel de stilte je overvalt zodra je de snelweg twee kilometer achter je laat. Geen nietszeggende stilte, maar dat specifieke geluid van ruisend riet, weidevogels (als je in het voorjaar komt) en waarschijnlijk een trekker in de verte. Als oud-medewerker van de VVV heb ik honderden mensen aan de balie gehad die vroegen: “Waar moeten we heen?” Het antwoord is nooit simpelweg “fiets rondje X”, want het ligt er maar net aan of je zin hebt in veenweides, plassen of historische stadjes.

Het fietsnetwerk: Meer dan alleen knooppunten

Natuurlijk, we hebben het bekende fietsknooppuntensysteem. Het werkt hier in het Groene Hart feilloos. De bordjes staan er, de nummers kloppen. Maar als je blind de nummers volgt, mis je soms de logica van het landschap. Het Groene Hart is namelijk niet één grote groene pannenkoek; er zit nuance in.

Neem de Krimpenerwaard. Dat is mijn persoonlijke favoriet voor de racefiets of een stevige tourfiets. De wegen zijn hier smal, vaak bovenop een dijk. Het waait er eigenlijk altijd. Serieus, onderschat de wind hier niet. Omdat het land zo open is, heb je geen beschutting van bossen. Als je vanuit Gouda richting Schoonhoven trapt, heb je vaak wind tegen, maar de terugweg langs de Lek is dan weer vliegen.

De Vlist: Het mooiste fietspad van Nederland?

Er wordt vaak geruzied over wat nu het mooiste stukje Nederland is, maar de rivier de Vlist gooit altijd hoge ogen. Het slingert tussen Schoonhoven en Haastrecht. Je fietst hier letterlijk tussen de knotwilgen door. Geen strak asfalt, maar klinkertjes of smalle weggetjes waar je even de berm in moet als de bakker langskomt met zijn busje.

Wat je hier ziet is het klassieke cope-landschap: lange, smalle percelen die loodrecht op de rivier staan. Aan de ene kant zie je statige boerderijen (die rijke herenboeren wisten wel waar ze moesten bouwen), en aan de andere kant het water met zijn rietkragen. Tip van mij: stop halverwege even in polstokverspring-dorp Vlist. In de zomer zit je daar aan het water met appeltaart die nergens naar fabriek smaakt.

Wandelen: Laarzen aan en het boerenland in

Fietsen is fijn, maar met wandelen kom je op plekken waar geen wiel kan draaien. In het Groene Hart zijn we de laatste jaren enorm bezig geweest met de zogenaamde Boerenlandpaden en Klompenpaden. Dit is even andere koek dan een rondje Vondelpark.

Het idee is simpel: boeren stellen hun land open voor wandelaars. Je klimt over hekken via overstapjes, loopt dwars door weilanden tussen de koeien (houd afstand, ze zijn nieuwsgierig maar lomp) en balanceert soms over planken over slootjes.

Waarom je soms vies wordt (en dat is goed)

Ik krijg weleens klachten: “Mijn schoenen zijn vies geworden.” Tja. Het is veengrond. Veen houdt water vast. Dat is de hele reden waarom dit gebied zo groen is en waarom we die molens nodig hadden om de boel droog te houden. In de herfst en winter zijn deze paden modderig. Punt.

Er is een specifiek Klompenpad bij Woerden dat ik vaak aanraad, maar alleen als je goede (wandel)schoenen aan hebt. Je loopt daar echt door de historie. Je ziet de kades die al eeuwenlang het water tegenhouden. Het geeft een bepaald ontzag voor hoe onze voorouders met blote handen dit moeras bewoonbaar hebben gemaakt.

De Reeuwijkse en Nieuwkoopse Plassen

Water is de rode draad hier. De Nieuwkoopse Plassen zijn wat ruiger, wat meer ‘natuur’. Hier kun je fantastisch varen met een fluisterbootje, maar eromheen wandelen of fietsen is net zo mooi. De route rondom de plassen is lang, maar je wordt beloond met uitzichten die bijna on-Nederlands aandoen door de enorme rietvelden.

De Reeuwijkse Plassen liggen weer strak tegen Gouda aan. Hier zie je meer recreatie, en de smalle weggetjes tussen de plassen door (zoals de Ree) zijn in het weekend populair bij wielrenners en wandelaars. Het kan er druk zijn. Mijn advies? Ga op een dinsdagochtend of in de vooravond. De zon gaat dan onder over het water, de dagjesmensen zijn weg, en je hebt het rijk voor je alleen.

Praktische tips voor je pad gaat

Je kunt honderden kaarten downloaden, maar ervaring leert dat voorbereiding in dit gebied vooral neerkomt op logistiek en uitrusting. Hier zijn wat dingen die ik door schade en schande heb geleerd:

  • Onderschat de afstanden tussen horeca niet. In de stad struikel je over de koffietentjes, maar in de polder bij Bodegraven of in de Lopikerwaard kan het zomaar 15 kilometer duren voordat je weer iets tegenkomt dat open is. Zeker op maandagen is veel dicht. Een bidon water en een krentenbol in de tas is geen overbodige luxe.
  • De windrichting bepaalt je route. Check buienradar niet voor de regen, maar voor de windpijl. Zuidwestenwind (de klassieker)? Start je fietstocht in het westen en eindig in het oosten, of zorg dat je op de terugweg meer beschutting hebt van dorpskernen. Niemand vindt het leuk om 30 kilometer tegen windkracht 5 in te beuken op een open dijk.
  • Pontjes zijn geweldig, maar hebben openingstijden. Het Groene Hart barst van de kleine voet- en fietsveren. Die maken je route vaak een stuk korter en leuker. Maar let op: in oktober gaan veel van die pontjes uit de vaart of varen ze alleen in het weekend. Ik heb wel eens voor de Rotte gestaan in november, en dan is omfietsen via de dichtstbijzijnde brug echt een eind.
  • Parkeren? Doe het slim. Ga niet proberen je auto in het historische centrum van Oudewater of Haastrecht te proppen op zaterdagmiddag. Aan de randen van deze stadjes zijn bijna altijd ‘Toeristische Overstap Punten’ (TOPs). Die herken je aan die grote groene halmen van staal. Daar kun je gratis parkeren en start je route direct in het groen.

Historie onder je voeten: De Oude Hollandse Waterlinie

Wat je tijdens het wandelen of fietsen niet direct ziet, maar wat wel bepalend is, is de militaire geschiedenis. Veel van de kades en sluizen die je passeert, waren onderdeel van de Oude Hollandse Waterlinie. Het idee was simpel: als de vijand komt (meestal de Fransen), zetten we de polder blank. Net diep genoeg dat je er niet kon lopen, maar te ondiep om te varen.

Als je rondom Nieuwpoort of Schoonhoven fietst, let dan eens op de hoogteverschillen en de stellingvormen. Het is fascinerend om te bedenken dat dat vredige weiland waar nu drie koeien staan te herkauwen, vroeger een militair verdedigingswapen was. In plaatsen als Woerden zie je de wallen en grachten nog heel duidelijk liggen. Het geeft je tocht net even wat meer diepgang dan alleen “mooi uitzicht”.

Kaartmateriaal vs. Apps

Moet je nog met een papieren kaart op pad? Eerlijk gezegd: ik vind van wel. Apps zijn handig, zeker voor de knooppunten. Maar een batterij gaat leeg, en in sommige diepe polders is je 4G-dekking verrassend haperend. Bovendien geeft een fysieke kaart (bijvoorbeeld van Falk of de ANWB) je een veel beter overzicht van de regio. Je ziet in één oogopslag hoe de Lek, de IJssel en de Vlist zich verhouden tot elkaar.

Gebruik je toch liever je telefoon? Zorg dat je de route offline beschikbaar hebt. Voor de Klompenpaden is er een specifieke app die ik van harte kan aanbevelen, omdat die ook vertelt wat je ziet terwijl je loopt (bijvoorbeeld: “Deze boerderij stamt uit 1650”). Dat voegt echt iets toe aan de beleving.

Tot slot

Het Groene Hart moet je niet “doen”. Je moet het ondergaan. Het is geen pretpark met attracties op elke hoek. De attractie is de ruimte zelf. De luchtluchten die je nergens anders zo weids ziet. De geur van gemaaid gras of juist de weeïge geur van slootwater op een warme dag.

Of je nu kiest voor een korte wandeling rondom een plas of een dagtocht van 60 kilometer door de Krimpenerwaard: neem de tijd. Stap eens af bij een boer die kaas verkoopt (de ‘kaas uit de muur’ automaten zijn hier een fenomeen). Kijk eens goed naar zo’n monumentale boerderijgevel. Het zijn vaak die kleine details die blijven hangen, lang nadat je de snelweg weer opgedraaid bent.